In de zorg praten we vaak over samenwerking en integrale ondersteuning. Maar in de praktijk ervaren veel cliënten en professionals juist iets anders: een hardnekkig gat tussen begeleiding en behandeling.
Dat gat ontstaat vooral op de grens van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Van het kastje naar de muur
Neem iemand met psychische klachten die vastloopt in het dagelijks functioneren. De behandelaar zegt: “Eerst meer stabiliteit en begeleiding nodig.” De gemeente zegt: “Zonder actieve behandeling hoort dit bij de zorgverzekeraar.” En zo ontstaat een patstelling.
Beide systemen hebben hun eigen regels, indicaties en budgetten. Het gevolg? Mensen vallen tussen wal en schip. Ze zijn ‘te ziek’ voor begeleiding, maar ‘niet ziek genoeg’ voor behandeling. Ondertussen verergeren problemen, raken gezinnen overbelast en lopen professionals vast in administratie in plaats van dat ze zorg kunnen bieden.
Kort gezegd: de Wmo regelt begeleiding en ondersteuning via gemeenten, terwijl de Zvw medische behandeling vergoedt via zorgverzekeraars. Op papier logisch. In het echte leven blijkt die scheiding vaak funest.
Hoe regel je je leven als je niet in contact kan blijven met jezelf? Een praktijkvoorbeeld.
Van het kastje naar stel je moet regelen dat je de Wet Langdurige Zorg aanvraagt. Dat vraagt dat je je eigen situatie aankijkt, aanvaard of leert aanvaarden, je uitzoekt hoe je moet aanvragen en wat het inhoud en dat je hulp hebt te vragen bij de aanvraag.
De gemeente zegt dat je behandeling en begeleid wonen nodig hebt om te kunnen regelen. Om dat te kunnen regelen heb je behandeling en begeleid wonen nodig want je functioneert niet meer. Je zit chronisch in overleefstand, bent te traag voor alle deadlines van gemeentes, durft de stap naar de WLZ niet te zetten en hulp aanvaarden, je vertrouwd net één persoon. Er is niemand die met je vertraagd, je leven is niet meer op orde maar hulp is er niet want iedereen wijst naar elkaar en jij zit alleen in je huis.
Maar jij hebt complexe ptss en je raakt al uit contact met jezelf als:
- je verwerkingssyteem werkt uberhaubt niet door chronische stress maar hebt wel te verwerken dat je niet meer thuis zal wonen.
- je moet nadenken over nieuwe zorg toelaten want je schiet direct terug in traumatische ervaringen in de zorg.
- je kan je vanwege forse uitputting door niet slapen en nachtmerries niet meer concentreren en hebt een concentratie van ongeveer 10 minuten.
Het echte probleem
Het probleem zit niet bij cliënten — en meestal ook niet bij individuele hulpverleners. Het zit in een systeem waarin verantwoordelijkheden zijn opgeknipt. Gemeenten en zorgverzekeraars kijken naar hun eigen kaders, terwijl de hulpvraag van mensen zich daar zelden netjes aan houdt.
Juist bij complexe problematiek lopen begeleiding en behandeling door elkaar. Herstel vraagt vaak om beide tegelijk: praktische ondersteuning én therapeutische zorg. Maar zolang Wmo en Zvw strikt gescheiden blijven, blijft dat gat bestaan.
Tijd voor bruggen
Als we echt mensgericht willen werken, moeten we stoppen met naar elkaar wijzen en beginnen met samen dragen. Dat vraagt om betere afstemming, gezamenlijke verantwoordelijkheid en ruimte voor maatwerk — over domeinen heen.
Dat is wat wij doen. Wij zoeken alles op de letter en de gaatjes uit en daarin zoeken we de naadloze aansluiting en de samenwerking. Daarin gaan we ver en vragen we alles en iedereen om hulp. Als er geen oplossing is voor een gat dan kijken we of we zelf kunnen crowdfunden, een fonds aan kunnen schrijven of iets kunnen organiseren om geld in te zamelen..
Want zorg zou moeten aansluiten op het leven van mensen. Niet andersom. Dat is de norm die wij terugbrengen in onze samenleving.